Zoeken



Vernietigend oordeel over de Programmabegroting en Bestuursakkoord PDF Print E-mail
Geschreven door Marion van der Velden en Philip Matapere   
zondag, 07 december 2008 20:08

Eén van de nieuwe instrumenten die de Gemeenteraad met het dualisme ter beschikking heeft gekregen is de Lokale Rekenkamer. Elke Nederlandse gemeente moest uiterlijk 1 januari 2006 een besluit hebben genomen hoe ze deze eigen rekenkamer wilde inrichten.

 

 

De Rekenkamer(commissie) onderzoekt, onafhankelijk van raad of college, de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid.

In de Raadscommissie van 4 december 2008 werd het eindrapport onderzoek kwaliteit Programmabegroting 2008, van de Rekenkamercommissie besproken. Het eindresultaat was niet best!

 

Men veegt de vloer aan met deze Programmabegroting met tevens een behoorlijk verwijt richting het Bestuursakkoord van CDA, VSA en SP. Het is niet concreet, doelgericht, tijdgebonden en daardoor niet meetbaar ofwel controleerbaar. Een zuur eindrapport voor de coalitiepartijen en de verantwoordelijk CDA wethouder. Een bevestiging voor GB, onze jaarlijks gelijkluidende kritiek wordt namelijk volledig bevestigd met dit rapport van een onafhankelijke deskundige partij! De fractievoorzitter van CDA reageerde hierop met: “hier hebben we niet om gevraagd, de Lokale Rekenkamer is ons van hogerhand opgelegd en nu blijkt het ook nog voor GB een stok om te slaan”. Zou hij ook zo gesproken hebben bij een positief oordeel?

 

Het College van B&W bleek het rapport al in september te hebben gehad en erop gereageerd richting de Lokale Rekenkamer, vóór de Begrotingbehandeling 2009. Hierin werd gewezen op de goedkeuring van de accountant, maar dit is alleen relevant /belangrijk voor de jaarrekening. Ook zou het alleen beoordelen van de Programmabegroting zonder daarbij andere documenten, die de Raad door het jaar heen ontvangt, te betrekken tot betwistbare bevindingen leiden. Deze informatie zou niet in de Begroting herhaalt moeten worden vanwege de leesbaarheid. Het doorspitten en vergelijken van deze documenten met de Programmabegroting is echter ondoenlijk voor de Raad qua beschikbare tijd.

 

De ervaring leert dat de Programmabegroting door de huidige coalitiepartijen telkens nagenoeg kritiekloos wordt aangenomen. Onze kritiek werd daarbij vergruist /belachelijk gemaakt en blijkt nu volkomen terecht, wij begrijpen dat dit pijnlijk moet zijn. Blijkbaar reden voor het College om de Raad niet vóór de Programmabegroting actief te informeren over dit vernietigend rapport, maar gewoon braaf de procedure te volgen. Dat betekende: eerst zelf een mening te geven richting de Lokale Rekenkamer zodat hierop de definitieve beoordeling en conclusie pas na de begrotingsbehandeling 2009 bij de Raad lag.

Hierdoor kon onze kritiek toch weer gewoon worden genegeerd en vergruist en bleef men zelf jubelen over de prachtige Begroting! Voor GB haast aanleiding voor een motie van afkeuring, waarvoor echter steun van een meerderheid nodig zou zijn.

Het mag duidelijk zijn dat GB het college dringend heeft geadviseerd de bevindingen en aanbevelingen in hun geheel ter harte te nemen………

Letterlijk de belangrijkste bevindingen van de Lokale Rekenkamer op een rij:

 

AANSLUITING COLLEGEPROGRAMMA:

De ambities voor deze bestuurperiode zijn vast gelegd in het Bestuursakkoord 2006-2010, het betreft een coalitieakkoord van de collegepartijen  CDA, SP,VSA.De Lokale Rekenkamer concludeert dat in een aantal programma’s het Bestuursakkoord wel wordt aangehaald,maar de beleidsdoelen in de meeste gevallen niet concreet zijn uitgewerkt. Veelal is het abstractieniveau  (= niet concreet)van dit akkoord gelijk aan dat van de begroting. Sommige programma’s spelen geen rol in het akkoord of er zijn doelen opgenomen die er niet van zijn afgeleid. Er is geen doelenstructuur in beeld gebracht. Het bestuursakkoord zelf is niet meetbaar en tijdgebonden opgezet.

CONCLUSIE MET BETREKKING TOT DE DEELVRAGEN:

  1. De beoogde effecten zijn onvoldoende matig specifiek geformuleerd, over het algemeen is het beoogde effect niet meetbaar omdat een nulmeting ontbreekt en niet helder is wanneer de ambitie gerealiseerd moet zijn.
  2. Als gevolg van onvoldoende evalueerbaar zijn van de effecten is de programmabegroting ook onvoldoende resultaatgericht.
  3. De Programmabegroting mist een inleidend hoofdstuk waarin,in beleidsmatige zin, de hoofdlijnen worden aangeduid. De inrichting van de programma’s zelf laat geen duidelijke en consistente (= duurzame /vaste) doelenstructuur zien. Er is geen causale ( = oorzakelijke) relatie zichtbaar tussen de vraag wat willen we bereiken en wat doen we ervoor.
  4. Voor de helft van de getoetste artikelen van het Besluit Begrotingen Verantwoording provincies en gemeenten (ofwel BBV) geldt dat de programmabegroting er volledig aan voldoet, een belangrijk deel deels en voor een klein gedeelte niet.
  5. Het inzicht in politieke keuzes is zeer beperkt. De programmabegroting biedt nauwelijks inzicht in alternatieven en prijskaartjes.
  6. Het hoofdstuk actualisatie en budgetruimte biedt goed inzicht maar is beperkt van karakter, scoort absoluut onvoldoende op het punt van de financiële positie van de gemeente. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen bestaand en nieuw beleid en de baten en lasten. Mutaties in de reserves en de investeringen worden niet toegelicht.
  7. In de programma’s komen de thema’s uit het Bestuursakkoord niet expliciet terug. Veelal is het abstractieniveau van het bestuursakkoord gelijke aan dat van de programmabegroting.

 

ALGEMENE BEOORDELING EN CONCLUSIE:

Op basis van de beantwoording van de deelvragen kan geconcludeerd worden dat de inrichting van de Programmabegroting 2008 onvoldoende adequaat is voor de sturende en controlerende rol van de gemeenteraad. De Raad moet haar sturende en controlerende taak voornamelijk uitoefenen via kadernota’s, buraps, en beleidsnota’s De Programmabegroting is hiertoe ontoereikend.Daarnaast voldoen de paragrafen uit de Programmabegroting op een aantal punten niet aan het BBV.Ten opzichte van het College van B&W heeft de Raad een sturende en controlerende rol.Zonder een heldere sturing is controle vrijwel onmogelijk.

Indien de Raad in het kader van de Begroting niet bepaalt welke resultaten voor de Vughtse gerealiseerd moeten worden kan de Raad, in het kader van de jaarrekening ook niet bepalen of het college daarin geslaagd is. De kadernota’s en de burap’s hebben binnen de planning en controlecyclus een sturende respectievelijke controlerende rol maar zijn op het punt van sturing en controleren van de Raad geen adequate vervangers van de begroting en de rekening”.

 

DE AANBEVELINGEN:

Het is aan de Raad, aan de hand van haar sturende / kaderstellende taken, om te beslissen welke rol de Kadernota, Buraps, Begroting, Jaarrekening hebben in het kader van de planning en controle cyclus. Op basis van dit besluit kan een adequate invulling worden gegeven aan de diverse onderdelen in die cyclus.

Voorgaande is aanleiding tot de volgende twee aanbevelingen:

Wij bevelen de Raad aan om zich te oriënteren op de wijze waarop zij op hoofdlijnen zou willen sturen en op welke wijze zij de resultaten van het beleid zou willen controleren.

Zorg ervoor dat de paragraven uit de Programmabegroting in overeenstemming worden gebracht met het BBV en de eigen financiële verordeningen.

Verder zijn er in een bijlage een twaalftal verbetersuggesties meegegeven t.a.v. structuur / samenhang, helder onderscheid tussen doelen en activiteiten, beknopter en specifiek formuleren, meer evenwicht  tussen het aantal indicatoren, een  meetbaar en tijdgebonden beoogd effect, een beleidsmatig inleidend hoofdstuk, versterken financiële component (onderdeel), meer toelichting over financiële schommelingen en verschuivingen, duidelijker inzicht grondexploitatieresultaten en winstneming van het Grondbedrijf, heldere systematiek voor de risico’s, maak de paragraven evalueerbaar, invulling openstaande punten vanuit interne en externe regelgeving.

 
Laatst aangepast ( zondag, 20 december 2009 20:22 )
 
Banner